Het was een milde winterochtend toen er bij duif op de deur werd geklopt. Nog een beetje slaperig, want ze was net opgestaan, strompelde ze naar de deur. Toen ze deze opendeed werd ze begroet door een koude wintervlaag die haar meteen wakker maakte. Toen was er niks, maar toch wel. Het was de stilte, die daar stond in de deuropening.
Goedemorgen, dat was duif wou zeggen. Maar aangezien ze hiermee de stilte zou doorbreken, hield ze haar mond, dat zou tenslotte niet zo vriendelijk zijn geweest tegenover de stilte. In plaats daarvan hield ze de deur open voor de stilte, waarna ze zo zachtjes als ze kon naar de tafel liep om een kopje thee voor de stilte te zetten. Ze ging naast de stilte aan de ontbijt tafel zitten. De hop had verteld dat de stilte de laatste tijd ook vaak bij haar op visite was geweest, dit tot groot ongenoegen van de hop. Deze hield namelijk helemaal niet van stilte, deze hield van muziek en dansen, en lachende en luidsprekende vogels. De hop probeerde dan ook de stilte te doorbreken door erg hard te gaan zingen. Maar hierdoor viel de stilte extra op als ze haar snavel weer dichtdeed. De stilte kon een erg aanhoudende gast zijn. Duif vond de stilte meestal niet zo erg, vaak was het een aangenamen gast.En als je stilte de ruimte geeft, kan ze je de mooiste verhalen, luister maar.
Duif nam een slokje van haar thee en knikte de stilte toe, die langzaam weer naar buiten verdween.
dinsdag 15 december 2015
zaterdag 7 november 2015
De gevallen bladeren en duif
Duif vloog door een regen van vallende blaadjes naar een bosbeekje. Ze landde en keek over de het water naar de overkant waar een grote beuk net zijn laatste blaadje liet vallen.
'Nee,' zei ze.
'Doe dat nu niet.'
'Wat niet?' vroeg een stem achter haar. Duif keek om, maar er was niemand, alleen een lichte windbries die de gevallen bladeren weer omhoog deed waaien. Duif keek even in stilte naar hoe de bruine bladeren een voor een weer terecht kwamen op de modder.
'Ik wil niet dat de bomen hun bladeren laten vallen.' zei ze tenslotte. Ze keek omhoog naar de donkere takken.
'De aanblik maakt me zo koud en droevig, en zelfs een beetje leeg.' Ze keek omlaag naar het water naar haar eigen spiegelbeeld. Ze fronste, haar eigen spiegelbeeld maakte dat ze zich nog wat somberder voelde.
'Waarom?' vroeg de stem. Duif zuchtte.
'In de winter lijkt alles even dood te gaan. De bomen zijn kaal, het is koud. Veel vogels trekken naar plekken waar de zon wel schijnt. Ik houd van de herfst, maar in feite is het alleen maar de periode waarin alles langzaam sterft, voordat de winter komt die de tijd bevriest.'
'Wat dramatisch,' fluisterde de stem zachtjes. Duif knikte.
'Ik ben in een dramatische bui vandaag.' Ze klapperde even met haar vleugels.
'Het is niet alsof ik het erg vind dat dit jaar eindigt, ik ben eigenlijk wel toe aan een nieuwe lente, ik wil alleen niet eerst door de winter heen.'
'Je hebt het mis, duif.' zei de stem. Duif grinnikte, ze had het meestal mis, dus het verbaasde haar niet veel dat de stem dat zei.
'De winter is niet de tijd dat alles sterft, het is de tijd dat alles slaapt, bijkomt van de andere seizoenen. De tijd waarin het de kracht opbouwt om weer te bloeien en te stralen als de zon weer komt.' zei de stem. Er brak een klein glimlachje door bij duif.
'Ik ben wel toe aan een pauze,' gaf ze toe. De stem lachte.
'Sorry duif, maar jij slaapt niet in de winter.' Duif gaapte.
'Nee,' zei ze.
'Ik wacht alleen, tot de lente komt.'
'Nee,' zei ze.
'Doe dat nu niet.'
'Wat niet?' vroeg een stem achter haar. Duif keek om, maar er was niemand, alleen een lichte windbries die de gevallen bladeren weer omhoog deed waaien. Duif keek even in stilte naar hoe de bruine bladeren een voor een weer terecht kwamen op de modder.
'Ik wil niet dat de bomen hun bladeren laten vallen.' zei ze tenslotte. Ze keek omhoog naar de donkere takken.
'De aanblik maakt me zo koud en droevig, en zelfs een beetje leeg.' Ze keek omlaag naar het water naar haar eigen spiegelbeeld. Ze fronste, haar eigen spiegelbeeld maakte dat ze zich nog wat somberder voelde.
'Waarom?' vroeg de stem. Duif zuchtte.
'In de winter lijkt alles even dood te gaan. De bomen zijn kaal, het is koud. Veel vogels trekken naar plekken waar de zon wel schijnt. Ik houd van de herfst, maar in feite is het alleen maar de periode waarin alles langzaam sterft, voordat de winter komt die de tijd bevriest.'
'Wat dramatisch,' fluisterde de stem zachtjes. Duif knikte.
'Ik ben in een dramatische bui vandaag.' Ze klapperde even met haar vleugels.
'Het is niet alsof ik het erg vind dat dit jaar eindigt, ik ben eigenlijk wel toe aan een nieuwe lente, ik wil alleen niet eerst door de winter heen.'
'Je hebt het mis, duif.' zei de stem. Duif grinnikte, ze had het meestal mis, dus het verbaasde haar niet veel dat de stem dat zei.
'De winter is niet de tijd dat alles sterft, het is de tijd dat alles slaapt, bijkomt van de andere seizoenen. De tijd waarin het de kracht opbouwt om weer te bloeien en te stralen als de zon weer komt.' zei de stem. Er brak een klein glimlachje door bij duif.
'Ik ben wel toe aan een pauze,' gaf ze toe. De stem lachte.
'Sorry duif, maar jij slaapt niet in de winter.' Duif gaapte.
'Nee,' zei ze.
'Ik wacht alleen, tot de lente komt.'
donderdag 22 oktober 2015
2 brieven en duif
Het was vroeg in de morgen toen er op de bel werd gedrukt. Wie zou dat kunnen zijn? dacht duif terwijl ze naar de gang toeliep. Toen ze de deur open deed zag ze aan haar pootjes twee brieven liggen.
Ze keek om haar heen maar er was verder niks en niemand. Duif trok verbaasd haar wenkbrauw op en maakte daarbij een bijpassend 'hm' geluidje. Vreemd. Ze boog zich voorover om de brieven beter te bekijken. Kies er eentje, stond er op een van de brieven in priegelig handschrift. Eentje? dacht duif terwijl ze degene oppakte waar de zin op stond. Zodra ze dat had gedaan stak er een wind op die de tweede brief met zich meenam.
'Zeg ho is!' riep duif nog naar de wind maar deze was al buiten gehoorafstand. Duif trok haar schouders op en liep weer naar binnen. Aan de keukentafel maakte ze de brief open. Er stond een enkele zin.
Je koos verkeerd
Duif bleef minutenlang naar het zinnetje staren, het witte papier trilde tussen haar vleugels. Ik wist het wel, dacht ze bij haarzelf. Ze legde de brief op de tafel en keek door het raam. Ze knikte bedachtzaam terwijl er een eenzame traan langs haar grijze wang gleed. Ze bleef zo zitten tot een klein sprankje hoop haar een ingeving gaf. Ze pakte het papier weer van de tafel en draaide het om.
?
Een vraagteken, dacht duif. Maar dit is nog erger, je koos verkeerd?
'Koos ik verkeerd?' vroeg duif aan de brief. Nou geweldig dit, dacht ze bij haarzelf. Nu begin ik ook al tegen een brief te praten. Vanzelfsprekend antwoordde de brief alleen met een diepe stilte.
Heb ik überhaupt al een keuze gemaakt? vroeg duif zich af. De rest van de dag dacht ze over haar keuze na, de keuze die wel of niet was gemaakt. Ze dacht dat als de keuze was gemaakt, en deze verkeerd was, er misschien op een later punt in haar leven zich een mogelijkheid zou voordoen om het weer goed te maken. Vervolgens vroeg ze zich af of de keuze wel gemaakt moest worden, en werd ze nerveus van het feit dat ze nog steeds verkeerd kon kiezen, of niet, en wat was dan erger?
Toen kreeg ze wat last van haar hoofd door al het denken.
'Ik zal het morgen aan de ooievaar vragen.' zei ze tegen de brief.
Ze keek om haar heen maar er was verder niks en niemand. Duif trok verbaasd haar wenkbrauw op en maakte daarbij een bijpassend 'hm' geluidje. Vreemd. Ze boog zich voorover om de brieven beter te bekijken. Kies er eentje, stond er op een van de brieven in priegelig handschrift. Eentje? dacht duif terwijl ze degene oppakte waar de zin op stond. Zodra ze dat had gedaan stak er een wind op die de tweede brief met zich meenam.
'Zeg ho is!' riep duif nog naar de wind maar deze was al buiten gehoorafstand. Duif trok haar schouders op en liep weer naar binnen. Aan de keukentafel maakte ze de brief open. Er stond een enkele zin.
Je koos verkeerd
Duif bleef minutenlang naar het zinnetje staren, het witte papier trilde tussen haar vleugels. Ik wist het wel, dacht ze bij haarzelf. Ze legde de brief op de tafel en keek door het raam. Ze knikte bedachtzaam terwijl er een eenzame traan langs haar grijze wang gleed. Ze bleef zo zitten tot een klein sprankje hoop haar een ingeving gaf. Ze pakte het papier weer van de tafel en draaide het om.
?
Een vraagteken, dacht duif. Maar dit is nog erger, je koos verkeerd?
'Koos ik verkeerd?' vroeg duif aan de brief. Nou geweldig dit, dacht ze bij haarzelf. Nu begin ik ook al tegen een brief te praten. Vanzelfsprekend antwoordde de brief alleen met een diepe stilte.
Heb ik überhaupt al een keuze gemaakt? vroeg duif zich af. De rest van de dag dacht ze over haar keuze na, de keuze die wel of niet was gemaakt. Ze dacht dat als de keuze was gemaakt, en deze verkeerd was, er misschien op een later punt in haar leven zich een mogelijkheid zou voordoen om het weer goed te maken. Vervolgens vroeg ze zich af of de keuze wel gemaakt moest worden, en werd ze nerveus van het feit dat ze nog steeds verkeerd kon kiezen, of niet, en wat was dan erger?
Toen kreeg ze wat last van haar hoofd door al het denken.
'Ik zal het morgen aan de ooievaar vragen.' zei ze tegen de brief.
dinsdag 13 oktober 2015
Een alledaagse dag en duif
Toen duif die ochtend de deur opendeed werd ze bijna weggeblazen door een koude herfstwind. Ze ademde in en uit en creëerde hierbij kleine wolkjes die omhoog kringelde de grijze lucht in. Duif rilde en trok haar snavel op. Ik wil weer naar binnen, dacht ze en ze had alweer in poot in haar warme woonkamer gezet. Ze keek omhoog naar de bladeren van de boom en zuchtte toen.
'Ik weet het,' zei ze tegen de takken.
'Het is de hoogste tijd om weer te gaan schilderen, het is tenslotte herfst.' Ze zuchtte en schraapte toen net genoeg motivatie bij elkaar om haar sjaal van de kapstok te halen en haar schilderkist te pakken en weg te vliegen.
Ze liet zich even meevoeren door de wind tot ze een kleine kastanjeboom vond die nog voor het grootste gedeelte groene bladeren had. Ze streek neer op de laagste tak en pakte een penseel met haar snavel. Voor ze begon te schilderen keek ze even om haar heen. Enkele bomen verderop zag ze een groepje vogels die ook al begonnen waren met schilderen en ze zwaaide even naar ze. Even ging er een klein steekje door haar heen. Vroeger schilderde ze altijd samen met de mus. Deze was helaas een tijdje geleden verhuisd. Ze gingen nog wel eens bij elkaar op bezoek, maar niet veel. Duif miste de mus en haar vriendelijkheid. Ze keek nog even naar het groepje. Wellicht vond ze nog eens een andere vogel om mee te schilderen. Ze hoopte het maar verwachte het niet, of misschien deed ze dat toch een beetje. Ze doopte de kwast in de rode verf en begon de bladeren te schilderen. Een voor een, tot vrijwel de hele boom in herfstkleuren was gehuld.
Ze keek nog eens naar het groepje, er ontbrak iemand. De steenuil. Duif fronste, de steenuil was al een paar dagen afwezig geweest. Ze vroeg zich af er iets aan de hand was, misschien was de steenuil ziek? Ze pakte haar spullen bij elkaar en vloog naar een eik. Hopelijk is hij snel beter, dacht duif terwijl ze verder ging met schilderen.
Die avond, na het schilderen en al het dromen wat duif daarna had gedaan, iets waar ze zeer ontevreden over was want er was eigenlijk veel te veel werk te doen en er was helemaal geen tijd om te dromen, ging ze met een kopje thee en een dekentje naast het raam zitten. Ze deed het op een kiertje en ademde de avondlucht in. De geur van kou. De herinneringen die het meebracht en de warmte van de thee brachten haar in een wat nostalgische stemming. Ze kon er niet goed de vinger opleggen hoe ze zich nu voelde. In haar hoofd borrelden vage herinneringen op die heel erg mooi waren, maar van iemand anders leken, wellicht een ander leven. Of alsof de wind een lied meebracht over het leven. Maar ze kon het niet goed horen, de essentie niet vangen, en de hele melodie ging aan haar voorbij. Ze staarde even naar de sterren en voor een ogenblik leek een herinnering iets helderder te worden, hoorde ze in de verte enkele klanken. Tot ze zich bedacht dat ze nog moest afwassen, en wat schilderwerk had liggen. Hopelijk is hij er morgen weer, dacht ze terwijl ze opstond.
'Ik weet het,' zei ze tegen de takken.
'Het is de hoogste tijd om weer te gaan schilderen, het is tenslotte herfst.' Ze zuchtte en schraapte toen net genoeg motivatie bij elkaar om haar sjaal van de kapstok te halen en haar schilderkist te pakken en weg te vliegen.
Ze liet zich even meevoeren door de wind tot ze een kleine kastanjeboom vond die nog voor het grootste gedeelte groene bladeren had. Ze streek neer op de laagste tak en pakte een penseel met haar snavel. Voor ze begon te schilderen keek ze even om haar heen. Enkele bomen verderop zag ze een groepje vogels die ook al begonnen waren met schilderen en ze zwaaide even naar ze. Even ging er een klein steekje door haar heen. Vroeger schilderde ze altijd samen met de mus. Deze was helaas een tijdje geleden verhuisd. Ze gingen nog wel eens bij elkaar op bezoek, maar niet veel. Duif miste de mus en haar vriendelijkheid. Ze keek nog even naar het groepje. Wellicht vond ze nog eens een andere vogel om mee te schilderen. Ze hoopte het maar verwachte het niet, of misschien deed ze dat toch een beetje. Ze doopte de kwast in de rode verf en begon de bladeren te schilderen. Een voor een, tot vrijwel de hele boom in herfstkleuren was gehuld.
Ze keek nog eens naar het groepje, er ontbrak iemand. De steenuil. Duif fronste, de steenuil was al een paar dagen afwezig geweest. Ze vroeg zich af er iets aan de hand was, misschien was de steenuil ziek? Ze pakte haar spullen bij elkaar en vloog naar een eik. Hopelijk is hij snel beter, dacht duif terwijl ze verder ging met schilderen.
Die avond, na het schilderen en al het dromen wat duif daarna had gedaan, iets waar ze zeer ontevreden over was want er was eigenlijk veel te veel werk te doen en er was helemaal geen tijd om te dromen, ging ze met een kopje thee en een dekentje naast het raam zitten. Ze deed het op een kiertje en ademde de avondlucht in. De geur van kou. De herinneringen die het meebracht en de warmte van de thee brachten haar in een wat nostalgische stemming. Ze kon er niet goed de vinger opleggen hoe ze zich nu voelde. In haar hoofd borrelden vage herinneringen op die heel erg mooi waren, maar van iemand anders leken, wellicht een ander leven. Of alsof de wind een lied meebracht over het leven. Maar ze kon het niet goed horen, de essentie niet vangen, en de hele melodie ging aan haar voorbij. Ze staarde even naar de sterren en voor een ogenblik leek een herinnering iets helderder te worden, hoorde ze in de verte enkele klanken. Tot ze zich bedacht dat ze nog moest afwassen, en wat schilderwerk had liggen. Hopelijk is hij er morgen weer, dacht ze terwijl ze opstond.
donderdag 8 oktober 2015
De hop en duif
'Het sneeuwt op de maan.' zei de hop.
Duif keek omhoog, de lucht was grauw en grijs, een bleekgeel rondje viel in voor de zon die
koude herfstochtend.
'Hoe kun je dat weten?' vroeg duif. 'Je kunt de maan nu niet eens zien.'
De hop draaide zich om naar duif.
'Dus hoe kan jij dan weten of het niet zo is?' vroeg ze met een schuin oog richting duif.
Duif fronste. Ze probeerde een antwoord te bedenken maar kon zich niet concentreren onder het gekraak van haar hersenen. Een kille herfstbries waaide om de boom en de tak waar de twee vogels op zaten boog vervaarlijk onder hun pootjes.
'Het sneeuwt ook in mijn hoofd en hart,' zei de hop en ze liet bedroefd haar snavel hangen.
Duif legde voorzichtig een vleugel over de schouder van de hop.
'Het komt wel weer goed,' zei ze bemoedigend.
'Hoe kun je dat nu weer weten?' vroeg de hop.
Dat doe ik niet, dacht duif. Dit zeg ik alleen maar omdat ik wil dat je je beter voelt.
'Zullen we eens een reisje maken naar de maan?' vroeg ze toen.
'Wie weet vinden we behalve sneeuw ook wel datgene dat goedkomt.'
Een waterig glimlachje brak door op het gezicht van de hop.
'Laten we dat doen.' zei ze.
Ze keken elkaar voor een moment glimlachend aan.
Jou glimlach verwarmt mijn hart meer dan hete thee op een koude winterdag, dacht duif.
'Zin in thee?' vroeg ze.
De hop knikte.
'Ja, lekker.'
Duif keek omhoog, de lucht was grauw en grijs, een bleekgeel rondje viel in voor de zon die
koude herfstochtend.
'Hoe kun je dat weten?' vroeg duif. 'Je kunt de maan nu niet eens zien.'
De hop draaide zich om naar duif.
'Dus hoe kan jij dan weten of het niet zo is?' vroeg ze met een schuin oog richting duif.
Duif fronste. Ze probeerde een antwoord te bedenken maar kon zich niet concentreren onder het gekraak van haar hersenen. Een kille herfstbries waaide om de boom en de tak waar de twee vogels op zaten boog vervaarlijk onder hun pootjes.
'Het sneeuwt ook in mijn hoofd en hart,' zei de hop en ze liet bedroefd haar snavel hangen.
Duif legde voorzichtig een vleugel over de schouder van de hop.
'Het komt wel weer goed,' zei ze bemoedigend.
'Hoe kun je dat nu weer weten?' vroeg de hop.
Dat doe ik niet, dacht duif. Dit zeg ik alleen maar omdat ik wil dat je je beter voelt.
'Zullen we eens een reisje maken naar de maan?' vroeg ze toen.
'Wie weet vinden we behalve sneeuw ook wel datgene dat goedkomt.'
Een waterig glimlachje brak door op het gezicht van de hop.
'Laten we dat doen.' zei ze.
Ze keken elkaar voor een moment glimlachend aan.
Jou glimlach verwarmt mijn hart meer dan hete thee op een koude winterdag, dacht duif.
'Zin in thee?' vroeg ze.
De hop knikte.
'Ja, lekker.'
donderdag 17 september 2015
De sterren en duif
Duif droomde een droom.
In deze droom was de wereld stil.
Het enige geluid was dat van het zingen van de sterren
en het hummen van de maan.
In deze droom liep duif met haar pootjes over gras, dat al
vochtig was van de ochtenddauw.
Ze keek omhoog en ademde de lucht in die koel was en fris.
Ze had rust in haar hoofd. Haar hart hield zich echter zo stil als
het bos, dus ze wist niet wat die voelde.
Duif keek om haar heen, naar de bomen die zwart leken
in het maanlicht. Naar de verlegen wind die de bladeren zachtjes deed ritselen.
Ze haalde diep adem en bedacht zich,
Ik ben hier al veel te lang niet meer geweest.
In deze droom was de wereld stil.
Het enige geluid was dat van het zingen van de sterren
en het hummen van de maan.
In deze droom liep duif met haar pootjes over gras, dat al
vochtig was van de ochtenddauw.
Ze keek omhoog en ademde de lucht in die koel was en fris.
Ze had rust in haar hoofd. Haar hart hield zich echter zo stil als
het bos, dus ze wist niet wat die voelde.
Duif keek om haar heen, naar de bomen die zwart leken
in het maanlicht. Naar de verlegen wind die de bladeren zachtjes deed ritselen.
Ze haalde diep adem en bedacht zich,
Ik ben hier al veel te lang niet meer geweest.
donderdag 20 augustus 2015
De maan en duif
'Ik denk niet dat ik ooit nog verliefd word.' zei duif op een nacht tegen de maan. Ze zat in een hoge boom aan het uiteinde van een tak die zachtjes heen en weer wiegde op de wind.
'Ik ben het niet van plan in elk geval.' duif keek omhoog en fronste.
'Maarja.. zoiets heb je niet voor het zeggen, of wel?' tot nu toe was haar voornemen om niet verliefd te worden aardig gelukt.
'Ik denk dat het beter is zo, ik bedoel, zoals ik het zie is verliefd zijn net zo plezierig als een koutje vatten. Je hebt geen zin in eten, je kan niet slapen, ik ben vaak erg blij als ik er weer van af ben. ' Duif liet haar kop hangen.
'Wel, er zitten natuurlijk ook leukere dingen aan verliefd zijn.. maar eigenlijk is dat nog het ergste van allemaal. Want zodra de liefde voorbij is, en dat gebeurt.. altijd, dan moet je afscheid nemen. Het enige wat dan nog rest zijn bitterzoete herinneringen, die vervagen met de tijd.' Duif spreidde haar vleugels en vloog op.
'Afscheid is de moeite niet waard,' mompelde waarna ze de maan goedenacht knikte.
'Ik ben het niet van plan in elk geval.' duif keek omhoog en fronste.
'Maarja.. zoiets heb je niet voor het zeggen, of wel?' tot nu toe was haar voornemen om niet verliefd te worden aardig gelukt.
'Ik denk dat het beter is zo, ik bedoel, zoals ik het zie is verliefd zijn net zo plezierig als een koutje vatten. Je hebt geen zin in eten, je kan niet slapen, ik ben vaak erg blij als ik er weer van af ben. ' Duif liet haar kop hangen.
'Wel, er zitten natuurlijk ook leukere dingen aan verliefd zijn.. maar eigenlijk is dat nog het ergste van allemaal. Want zodra de liefde voorbij is, en dat gebeurt.. altijd, dan moet je afscheid nemen. Het enige wat dan nog rest zijn bitterzoete herinneringen, die vervagen met de tijd.' Duif spreidde haar vleugels en vloog op.
'Afscheid is de moeite niet waard,' mompelde waarna ze de maan goedenacht knikte.
woensdag 19 augustus 2015
De papegaai, de andere duif, en duif
Duif was bladeren aan het beschilderen in het bos. Ze schilderde ze rood, oranje, geel en bruin, want de herfst was weer in aantocht. Ze was zo in gedachten en opperste concentratie verzonken dat ze eerst helemaal niet doorhad dat er twee vogels een eindje verderop aan het wandelen waren. Duif schrok echter uit haar gedachten op toen een van de twee op een luidruchtig takje stapte. Duif keek op en zag de papegaai en.. en.. de andere duif. Van schrik liet ze bijna haar kwast vallen. Ze was zich erg bewust van haar hart dat opeens veel sneller bonsde en haar ogen werden groot. Wat bijzonder, dacht ze terwijl ze zich weer op de bladeren voor haar richtte. Ze had die nacht gedroomd over de andere duif, en nu was hij hier. Alsof hij zo uit haar dromenland was gevlogen om haar ook in deze wereld te begroeten. Een beetje beverig ging ze weer verder met schilderen. Maar wat doe ik nu? dacht ze al schilderend. Waarom ga ik hem dan niet begroeten? Sta op! Maar ze bleef stilletjes zitten. Sinds de ijsvogel weg was voelde ze zich bevroren, zoals ze zich had gevoeld voor hem. De ijsvogel had haar even wakker geschud. Maar nu was hij weg en was ze weer langzaam ingedommeld.
'Hallo duif,' klonk de stem van de andere duif zo opeens dat het duif een kleine hartverlamming bezorgde.
'Hallo,' zei ook de papegaai tegen duif.
'Hoi,' zei duif en ze vervloekte zichzelf, want wat klonk dat kinderachtig.
'Hoe gaat het?' vroeg de papegaai.
'Goed, met jullie?' vroeg duif, ook al wou ze eigenlijk alleen maar weten hoe het met de andere duif ging, maar dat was niet zo aardig tegenover de papegaai.
'Ook goed,' zei de papegaai en de andere duif knikte.
Het bleef even stil. Duif wou iets zeggen, maar je raad het misschien al, dat deed ze niet.
'Nou, veel succes nog!' zei de papegaai toen en de andere duif glimlachte.
'Bedankt,' zei duif, ook met een glimlach. De papegaai en de andere duif liepen weer verder en duif was weer alleen.
Wat ben je toch een domme, domme oliebol, dacht duif boos terwijl ze de twee vogels nakeek die achter de bomen verdwenen. Met een diepe zucht plofte duif met haar kop op de pas geschilderde bladeren. Als ik een worm kreeg voor elke keer dat ik een kans als deze verspild had dan paste ik nu niet meer door de voordeur, dacht ze geïrriteerd. Soms vond ze het bijzonder vervelend hoezeer ze zichzelf in de weg kon zitten. Ze dacht aan iets wat de bosuil eens zei, dat sommige dingen zijn voorbestemd. Ze hoopte dat daar iets van waarheid in zat, maar geloven deed ze het niet.
'Hallo duif,' klonk de stem van de andere duif zo opeens dat het duif een kleine hartverlamming bezorgde.
'Hallo,' zei ook de papegaai tegen duif.
'Hoi,' zei duif en ze vervloekte zichzelf, want wat klonk dat kinderachtig.
'Hoe gaat het?' vroeg de papegaai.
'Goed, met jullie?' vroeg duif, ook al wou ze eigenlijk alleen maar weten hoe het met de andere duif ging, maar dat was niet zo aardig tegenover de papegaai.
'Ook goed,' zei de papegaai en de andere duif knikte.
Het bleef even stil. Duif wou iets zeggen, maar je raad het misschien al, dat deed ze niet.
'Nou, veel succes nog!' zei de papegaai toen en de andere duif glimlachte.
'Bedankt,' zei duif, ook met een glimlach. De papegaai en de andere duif liepen weer verder en duif was weer alleen.
Wat ben je toch een domme, domme oliebol, dacht duif boos terwijl ze de twee vogels nakeek die achter de bomen verdwenen. Met een diepe zucht plofte duif met haar kop op de pas geschilderde bladeren. Als ik een worm kreeg voor elke keer dat ik een kans als deze verspild had dan paste ik nu niet meer door de voordeur, dacht ze geïrriteerd. Soms vond ze het bijzonder vervelend hoezeer ze zichzelf in de weg kon zitten. Ze dacht aan iets wat de bosuil eens zei, dat sommige dingen zijn voorbestemd. Ze hoopte dat daar iets van waarheid in zat, maar geloven deed ze het niet.
De ooievaar en duif
'Geloof jij dat sommige dingen zijn voorbestemd?' vroeg duif op een dag aan de ooievaar.
'Vanwaar die vraag?' vroeg de ooievaar.
Duif haalde haar schouders op.
'Ik vroeg het me gewoon laatst af,' antwoordde ze toen.
'Ja..' mompelde de ooievaar.
Duif keek op.
'Dus je gelooft het?'
'Duif..' begon de ooievaar.
'Ja..?' vroeg duif.
'Zit je de laatste tijd weer vaak in je schulp?' vroeg de ooievaar streng.
'Ja.. misschien een beetje,' antwoordde duif schoorvoetend.
'En hoeveel dingen zullen er gebeuren denk je, als je ergens in je eentje in een schulp verscholen zit?' vroeg de ooievaar.
'Alleen de voorbestemde dingen?' vroeg duif hoopvol.
'Hmm..' zei de ooievaar.
'Dat zou wat al te makkelijk zijn, denk je niet?'
Duif liet haar schouders hangen.
'Nee dat denk ik wel, ' zuchtte ze, en ze gaf een boze scholp tegen haat schulp.
'Vanwaar die vraag?' vroeg de ooievaar.
Duif haalde haar schouders op.
'Ik vroeg het me gewoon laatst af,' antwoordde ze toen.
'Ja..' mompelde de ooievaar.
Duif keek op.
'Dus je gelooft het?'
'Duif..' begon de ooievaar.
'Ja..?' vroeg duif.
'Zit je de laatste tijd weer vaak in je schulp?' vroeg de ooievaar streng.
'Ja.. misschien een beetje,' antwoordde duif schoorvoetend.
'En hoeveel dingen zullen er gebeuren denk je, als je ergens in je eentje in een schulp verscholen zit?' vroeg de ooievaar.
'Alleen de voorbestemde dingen?' vroeg duif hoopvol.
'Hmm..' zei de ooievaar.
'Dat zou wat al te makkelijk zijn, denk je niet?'
Duif liet haar schouders hangen.
'Nee dat denk ik wel, ' zuchtte ze, en ze gaf een boze scholp tegen haat schulp.
Het roodborstje en duif
'Merk jij dat ook?' vroeg het roodborstje op een grijze herfstochtend aan duif.
'Wat?' vroeg duif.
Roodborstje keek om zich heen. De mist kleurde de lucht grijs en er klonk het gekabbel van het water dat tegen het riet klotste.
'De tijd gaat hier langzamer,' antwoordde het roodborstje toen.
'Oja?' vroeg duif. Dat had ze helemaal niet opgemerkt, maar nu roodborstje het zei..
Het roodborstje knikte.
'De tijd gaat hier altijd langzamer, maar alleen hier, en alleen op dit moment.'
'Het moment dat wij nu samen delen?' vroeg duif.
'Ja, en dat is altijd zo geweest, en het zal altijd zo blijven.' antwoordde het roodborstje.
De mist werd langzaam dikker en een kieviet ging voorbij, en daarmee ook het moment.
'Wat?' vroeg duif.
Roodborstje keek om zich heen. De mist kleurde de lucht grijs en er klonk het gekabbel van het water dat tegen het riet klotste.
'De tijd gaat hier langzamer,' antwoordde het roodborstje toen.
'Oja?' vroeg duif. Dat had ze helemaal niet opgemerkt, maar nu roodborstje het zei..
Het roodborstje knikte.
'De tijd gaat hier altijd langzamer, maar alleen hier, en alleen op dit moment.'
'Het moment dat wij nu samen delen?' vroeg duif.
'Ja, en dat is altijd zo geweest, en het zal altijd zo blijven.' antwoordde het roodborstje.
De mist werd langzaam dikker en een kieviet ging voorbij, en daarmee ook het moment.
Abonneren op:
Reacties (Atom)