Duif was bladeren aan het beschilderen in het bos. Ze schilderde ze rood, oranje, geel en bruin, want de herfst was weer in aantocht. Ze was zo in gedachten en opperste concentratie verzonken dat ze eerst helemaal niet doorhad dat er twee vogels een eindje verderop aan het wandelen waren. Duif schrok echter uit haar gedachten op toen een van de twee op een luidruchtig takje stapte. Duif keek op en zag de papegaai en.. en.. de andere duif. Van schrik liet ze bijna haar kwast vallen. Ze was zich erg bewust van haar hart dat opeens veel sneller bonsde en haar ogen werden groot. Wat bijzonder, dacht ze terwijl ze zich weer op de bladeren voor haar richtte. Ze had die nacht gedroomd over de andere duif, en nu was hij hier. Alsof hij zo uit haar dromenland was gevlogen om haar ook in deze wereld te begroeten. Een beetje beverig ging ze weer verder met schilderen. Maar wat doe ik nu? dacht ze al schilderend. Waarom ga ik hem dan niet begroeten? Sta op! Maar ze bleef stilletjes zitten. Sinds de ijsvogel weg was voelde ze zich bevroren, zoals ze zich had gevoeld voor hem. De ijsvogel had haar even wakker geschud. Maar nu was hij weg en was ze weer langzaam ingedommeld.
'Hallo duif,' klonk de stem van de andere duif zo opeens dat het duif een kleine hartverlamming bezorgde.
'Hallo,' zei ook de papegaai tegen duif.
'Hoi,' zei duif en ze vervloekte zichzelf, want wat klonk dat kinderachtig.
'Hoe gaat het?' vroeg de papegaai.
'Goed, met jullie?' vroeg duif, ook al wou ze eigenlijk alleen maar weten hoe het met de andere duif ging, maar dat was niet zo aardig tegenover de papegaai.
'Ook goed,' zei de papegaai en de andere duif knikte.
Het bleef even stil. Duif wou iets zeggen, maar je raad het misschien al, dat deed ze niet.
'Nou, veel succes nog!' zei de papegaai toen en de andere duif glimlachte.
'Bedankt,' zei duif, ook met een glimlach. De papegaai en de andere duif liepen weer verder en duif was weer alleen.
Wat ben je toch een domme, domme oliebol, dacht duif boos terwijl ze de twee vogels nakeek die achter de bomen verdwenen. Met een diepe zucht plofte duif met haar kop op de pas geschilderde bladeren. Als ik een worm kreeg voor elke keer dat ik een kans als deze verspild had dan paste ik nu niet meer door de voordeur, dacht ze geïrriteerd. Soms vond ze het bijzonder vervelend hoezeer ze zichzelf in de weg kon zitten. Ze dacht aan iets wat de bosuil eens zei, dat sommige dingen zijn voorbestemd. Ze hoopte dat daar iets van waarheid in zat, maar geloven deed ze het niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten