dinsdag 13 oktober 2015

Een alledaagse dag en duif

Toen duif die ochtend de deur opendeed werd ze bijna weggeblazen door een koude herfstwind. Ze ademde in en uit en creëerde hierbij kleine wolkjes die omhoog kringelde de grijze lucht in. Duif rilde en trok haar snavel op. Ik wil weer naar binnen, dacht ze en ze had alweer in poot in haar warme woonkamer gezet. Ze keek omhoog naar de bladeren van de boom en zuchtte toen.
'Ik weet het,' zei ze tegen de takken.
'Het is de hoogste tijd om weer te gaan schilderen, het is tenslotte herfst.' Ze zuchtte en schraapte toen net genoeg motivatie bij elkaar om haar sjaal van de kapstok te halen en haar schilderkist te pakken en weg te vliegen.
Ze liet zich even meevoeren door de wind tot ze een kleine kastanjeboom vond die nog voor het grootste gedeelte groene bladeren had. Ze streek neer op de laagste tak en pakte een penseel met haar snavel. Voor ze begon te schilderen keek ze even om haar heen. Enkele bomen verderop zag ze een groepje vogels die ook al begonnen waren met schilderen en ze zwaaide even naar ze. Even ging er een klein steekje door haar heen. Vroeger schilderde ze altijd samen met de mus. Deze was helaas een tijdje geleden verhuisd. Ze gingen nog wel eens bij elkaar op bezoek, maar niet veel. Duif miste de mus en haar vriendelijkheid.  Ze keek nog even naar het groepje. Wellicht vond ze nog eens een andere vogel om mee te schilderen. Ze hoopte het maar verwachte het niet, of misschien deed ze dat toch een beetje. Ze doopte de kwast in de rode verf en begon de bladeren te schilderen. Een voor een, tot vrijwel de hele boom in herfstkleuren was gehuld.
Ze keek nog eens naar het groepje, er ontbrak iemand. De steenuil. Duif fronste, de steenuil was al een paar dagen afwezig geweest. Ze vroeg zich af er iets aan de hand was, misschien was de steenuil ziek? Ze pakte haar spullen bij elkaar en vloog naar een eik. Hopelijk is hij snel beter, dacht duif terwijl ze verder ging met schilderen.

Die avond, na het schilderen en al het dromen wat duif daarna had gedaan, iets waar ze zeer ontevreden over was want er was eigenlijk veel te veel werk te doen en er was helemaal geen tijd om te dromen, ging ze met een kopje thee en een dekentje naast het raam zitten. Ze deed het op een kiertje en ademde de avondlucht in. De geur van kou. De herinneringen die het meebracht en de warmte van de thee brachten haar in een wat nostalgische stemming. Ze kon er niet goed de vinger opleggen hoe ze zich nu voelde. In haar hoofd borrelden vage herinneringen op die heel erg mooi waren, maar van iemand anders leken, wellicht een ander leven. Of alsof de wind een lied meebracht over het leven. Maar ze kon het niet goed horen, de essentie niet vangen, en de hele melodie ging aan haar voorbij. Ze staarde even naar de sterren en voor een ogenblik leek een herinnering iets helderder te worden, hoorde ze in de verte enkele klanken. Tot ze zich bedacht dat ze nog moest afwassen, en wat schilderwerk had liggen. Hopelijk is hij er morgen weer, dacht ze terwijl ze opstond.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten