donderdag 22 oktober 2015

2 brieven en duif

Het was vroeg in de morgen toen er op de bel werd gedrukt. Wie zou dat kunnen zijn? dacht duif terwijl ze naar de gang toeliep. Toen ze de deur open deed zag ze aan haar pootjes twee brieven liggen.
Ze keek om haar heen maar er was verder niks en niemand. Duif trok verbaasd haar wenkbrauw op en maakte daarbij een bijpassend 'hm' geluidje. Vreemd. Ze boog zich voorover om de brieven beter te bekijken. Kies er eentje, stond er op een van de brieven in priegelig handschrift. Eentje? dacht duif terwijl ze degene oppakte waar de zin op stond. Zodra ze dat had gedaan stak er een wind op die de tweede brief met zich meenam.
'Zeg ho is!' riep duif nog naar de wind maar deze was al buiten gehoorafstand. Duif trok haar schouders op en liep weer naar binnen. Aan de keukentafel maakte ze de brief open. Er stond een enkele zin.

Je koos verkeerd

Duif bleef minutenlang naar het zinnetje staren, het witte papier trilde tussen haar vleugels. Ik wist het wel, dacht ze bij haarzelf. Ze legde de brief op de tafel en keek door het raam. Ze knikte bedachtzaam terwijl er een eenzame traan langs haar grijze wang gleed. Ze bleef zo zitten tot een klein sprankje hoop haar een ingeving gaf. Ze pakte het papier weer van de tafel en draaide het om.

?

Een vraagteken, dacht duif. Maar dit is nog erger, je koos verkeerd?
'Koos ik verkeerd?' vroeg duif aan de brief. Nou geweldig dit, dacht ze bij haarzelf. Nu begin ik ook al tegen een brief te praten. Vanzelfsprekend antwoordde de brief alleen met een diepe stilte.
Heb ik überhaupt al een keuze gemaakt? vroeg duif zich af. De rest van de dag dacht ze over haar keuze na, de keuze die wel of niet was gemaakt. Ze dacht dat als de keuze was gemaakt, en deze verkeerd was, er  misschien op een later punt in haar leven zich een mogelijkheid zou voordoen om het weer goed te maken. Vervolgens vroeg ze zich af of de keuze wel gemaakt moest worden, en werd ze nerveus van het feit dat ze nog steeds verkeerd kon kiezen, of niet, en wat was dan erger?
Toen kreeg ze wat last van haar hoofd door al het denken.
'Ik zal het morgen aan de ooievaar vragen.' zei ze tegen de brief.

dinsdag 13 oktober 2015

Een alledaagse dag en duif

Toen duif die ochtend de deur opendeed werd ze bijna weggeblazen door een koude herfstwind. Ze ademde in en uit en creëerde hierbij kleine wolkjes die omhoog kringelde de grijze lucht in. Duif rilde en trok haar snavel op. Ik wil weer naar binnen, dacht ze en ze had alweer in poot in haar warme woonkamer gezet. Ze keek omhoog naar de bladeren van de boom en zuchtte toen.
'Ik weet het,' zei ze tegen de takken.
'Het is de hoogste tijd om weer te gaan schilderen, het is tenslotte herfst.' Ze zuchtte en schraapte toen net genoeg motivatie bij elkaar om haar sjaal van de kapstok te halen en haar schilderkist te pakken en weg te vliegen.
Ze liet zich even meevoeren door de wind tot ze een kleine kastanjeboom vond die nog voor het grootste gedeelte groene bladeren had. Ze streek neer op de laagste tak en pakte een penseel met haar snavel. Voor ze begon te schilderen keek ze even om haar heen. Enkele bomen verderop zag ze een groepje vogels die ook al begonnen waren met schilderen en ze zwaaide even naar ze. Even ging er een klein steekje door haar heen. Vroeger schilderde ze altijd samen met de mus. Deze was helaas een tijdje geleden verhuisd. Ze gingen nog wel eens bij elkaar op bezoek, maar niet veel. Duif miste de mus en haar vriendelijkheid.  Ze keek nog even naar het groepje. Wellicht vond ze nog eens een andere vogel om mee te schilderen. Ze hoopte het maar verwachte het niet, of misschien deed ze dat toch een beetje. Ze doopte de kwast in de rode verf en begon de bladeren te schilderen. Een voor een, tot vrijwel de hele boom in herfstkleuren was gehuld.
Ze keek nog eens naar het groepje, er ontbrak iemand. De steenuil. Duif fronste, de steenuil was al een paar dagen afwezig geweest. Ze vroeg zich af er iets aan de hand was, misschien was de steenuil ziek? Ze pakte haar spullen bij elkaar en vloog naar een eik. Hopelijk is hij snel beter, dacht duif terwijl ze verder ging met schilderen.

Die avond, na het schilderen en al het dromen wat duif daarna had gedaan, iets waar ze zeer ontevreden over was want er was eigenlijk veel te veel werk te doen en er was helemaal geen tijd om te dromen, ging ze met een kopje thee en een dekentje naast het raam zitten. Ze deed het op een kiertje en ademde de avondlucht in. De geur van kou. De herinneringen die het meebracht en de warmte van de thee brachten haar in een wat nostalgische stemming. Ze kon er niet goed de vinger opleggen hoe ze zich nu voelde. In haar hoofd borrelden vage herinneringen op die heel erg mooi waren, maar van iemand anders leken, wellicht een ander leven. Of alsof de wind een lied meebracht over het leven. Maar ze kon het niet goed horen, de essentie niet vangen, en de hele melodie ging aan haar voorbij. Ze staarde even naar de sterren en voor een ogenblik leek een herinnering iets helderder te worden, hoorde ze in de verte enkele klanken. Tot ze zich bedacht dat ze nog moest afwassen, en wat schilderwerk had liggen. Hopelijk is hij er morgen weer, dacht ze terwijl ze opstond.

donderdag 8 oktober 2015

De hop en duif

'Het sneeuwt op de maan.' zei de hop.
Duif keek omhoog, de lucht was grauw en grijs, een bleekgeel rondje viel in voor de zon die
koude herfstochtend.
'Hoe kun je dat weten?' vroeg duif. 'Je kunt de maan nu niet eens zien.'
De hop draaide zich om naar duif.
'Dus hoe kan jij dan weten of het niet zo is?' vroeg ze met een schuin oog richting duif.
Duif fronste. Ze probeerde een antwoord te bedenken maar kon zich niet concentreren onder het gekraak van haar hersenen. Een kille herfstbries waaide om de boom en de tak waar de twee vogels op zaten boog vervaarlijk onder hun pootjes.
'Het sneeuwt ook in mijn hoofd en hart,' zei de hop en ze liet bedroefd haar snavel hangen.
Duif legde voorzichtig een vleugel over de schouder van de hop.
'Het komt wel weer goed,' zei ze bemoedigend.
'Hoe kun je dat nu weer weten?' vroeg de hop.
Dat doe ik niet, dacht duif. Dit zeg ik alleen maar omdat ik wil dat je je beter voelt.
'Zullen we eens een reisje maken naar de maan?' vroeg ze toen.
'Wie weet vinden we behalve sneeuw ook wel datgene dat goedkomt.'
Een waterig glimlachje brak door op het gezicht van de hop.
'Laten we dat doen.' zei ze.
Ze keken elkaar voor een moment glimlachend aan.
Jou glimlach verwarmt mijn hart meer dan hete thee op een koude winterdag, dacht duif.
'Zin in thee?' vroeg ze.
De hop knikte.
'Ja, lekker.'