donderdag 20 augustus 2015

De maan en duif

'Ik denk niet dat ik ooit nog verliefd word.' zei duif op een nacht tegen de maan. Ze zat in een hoge boom aan het uiteinde van een tak die zachtjes heen en weer wiegde op de wind.
'Ik ben het niet van plan in elk geval.' duif keek omhoog en fronste.
'Maarja.. zoiets heb je niet voor het zeggen, of wel?' tot nu toe was haar voornemen om niet verliefd te worden aardig gelukt.
'Ik denk dat het beter is zo, ik bedoel, zoals ik het zie is verliefd zijn net zo plezierig als een koutje vatten. Je hebt geen zin in eten, je kan niet slapen, ik ben vaak erg blij als ik er weer van af ben. ' Duif liet haar kop hangen.
'Wel, er zitten natuurlijk ook leukere dingen aan verliefd zijn.. maar eigenlijk is dat nog het ergste van allemaal. Want zodra de liefde voorbij is, en dat gebeurt.. altijd, dan moet je afscheid nemen. Het enige wat dan nog rest zijn bitterzoete herinneringen, die vervagen met de tijd.'  Duif spreidde haar vleugels en vloog op.
'Afscheid is de moeite niet waard,' mompelde waarna ze de maan goedenacht knikte.

woensdag 19 augustus 2015

De papegaai, de andere duif, en duif

Duif was bladeren aan het beschilderen in het bos. Ze schilderde ze rood, oranje, geel en bruin, want de herfst was weer in aantocht. Ze was zo in gedachten en opperste concentratie verzonken dat ze eerst helemaal niet doorhad dat er twee vogels een eindje verderop aan het wandelen waren.  Duif schrok echter uit haar gedachten op toen een van de twee op een luidruchtig takje stapte. Duif keek op en zag de papegaai en.. en.. de andere duif. Van schrik liet ze bijna haar kwast vallen. Ze was zich erg bewust van haar hart dat opeens veel sneller bonsde en haar ogen werden groot. Wat bijzonder, dacht ze terwijl ze zich weer op de bladeren voor haar richtte. Ze had die nacht gedroomd over de andere duif, en nu was hij hier. Alsof hij zo uit haar dromenland was gevlogen om haar ook in deze wereld te begroeten. Een beetje beverig ging ze weer verder met schilderen. Maar wat doe ik nu? dacht ze al schilderend. Waarom ga ik hem dan niet begroeten? Sta op! Maar ze bleef stilletjes zitten. Sinds de ijsvogel weg was voelde ze zich bevroren, zoals ze zich had gevoeld voor hem. De ijsvogel had haar even wakker geschud. Maar nu was hij weg en was ze weer langzaam ingedommeld.
'Hallo duif,' klonk de stem van de andere duif zo opeens dat het duif een kleine hartverlamming bezorgde.
'Hallo,' zei ook de papegaai tegen duif.
'Hoi,' zei duif en ze vervloekte zichzelf, want wat klonk dat kinderachtig.
'Hoe gaat het?' vroeg de papegaai.
'Goed, met jullie?' vroeg duif, ook al wou ze eigenlijk alleen maar weten hoe het met de andere duif ging, maar dat was niet zo aardig tegenover de papegaai.
'Ook goed,' zei de papegaai en de andere duif knikte.
Het bleef even stil. Duif wou iets zeggen, maar je raad het misschien al, dat deed ze niet.
'Nou, veel succes nog!' zei de papegaai toen en de andere duif glimlachte.
'Bedankt,' zei duif, ook met een glimlach.  De papegaai en de andere duif liepen weer verder en duif was weer alleen.
Wat ben je toch een domme, domme oliebol, dacht duif boos terwijl ze de twee vogels nakeek die achter de bomen verdwenen. Met een diepe zucht plofte duif met haar kop op de pas geschilderde bladeren. Als ik een worm kreeg voor elke keer dat ik een kans als deze verspild had dan paste ik nu niet meer door de voordeur, dacht ze geïrriteerd. Soms vond ze het bijzonder vervelend hoezeer ze zichzelf in de weg kon zitten. Ze dacht aan iets wat de bosuil eens zei, dat sommige dingen zijn voorbestemd. Ze hoopte dat daar iets van waarheid in zat, maar geloven deed ze het niet.

De ooievaar en duif

'Geloof jij dat sommige dingen zijn voorbestemd?' vroeg duif op een dag aan de ooievaar.
'Vanwaar die vraag?' vroeg de ooievaar.
Duif haalde haar schouders op.
'Ik vroeg het me gewoon laatst af,' antwoordde ze toen.
'Ja..' mompelde de ooievaar.
Duif keek op.
'Dus je gelooft het?'
'Duif..' begon de ooievaar.
'Ja..?' vroeg duif.
'Zit je de laatste tijd weer vaak in je schulp?' vroeg de ooievaar streng.
'Ja.. misschien een beetje,' antwoordde duif schoorvoetend.
'En hoeveel dingen zullen er gebeuren denk je, als je ergens in je eentje in een schulp verscholen zit?' vroeg de ooievaar.
'Alleen de voorbestemde dingen?' vroeg duif hoopvol.
'Hmm..' zei de ooievaar.
'Dat zou wat al te makkelijk zijn, denk je niet?'
Duif liet haar schouders hangen.
'Nee dat denk ik wel, ' zuchtte ze, en ze gaf een boze scholp tegen haat schulp.

Het roodborstje en duif

'Merk jij dat ook?' vroeg het roodborstje op een grijze herfstochtend aan duif.
'Wat?' vroeg duif.
Roodborstje keek om zich heen. De mist kleurde de lucht grijs en er klonk het gekabbel van het water dat tegen het riet klotste.
'De tijd gaat hier langzamer,' antwoordde het roodborstje toen.
'Oja?' vroeg duif. Dat had ze helemaal niet opgemerkt, maar nu roodborstje het zei..
Het roodborstje knikte.
'De tijd gaat hier altijd langzamer, maar alleen hier, en alleen op dit moment.'
'Het moment dat wij nu samen delen?' vroeg duif.
'Ja, en dat is altijd zo geweest, en het zal altijd zo blijven.' antwoordde het roodborstje.
De mist werd langzaam dikker en een kieviet ging voorbij, en daarmee ook het moment.